interview met Geert door 'coffeeklatch'

21 okt 2012

dag 1 Geur


Ik loop bergaf, trager en breder dan anders en verpletter planten onder mijn voeten. Ik zuig diep mijn longen vol lucht en ruik een mengeling van wilde tijm met neerdruipend gouden lorkenhars, leem en gneis, de zuurheid van verkleurende naalden op een achtergrond van verdord gras. De koele geur van blauwgroen smeltwater achter de betonnen wand mengt zich met ceder en citroen, de rook van verbrand hout en half ingegraven metalen buizen verankerd met stalen bouten en spieën, de koele hardheid van graniet overtroeft het geurloze korstmos en vette schapenkeutels, de aardgeur van het vers omgewoelde aardappelveldje vecht met de zinderende electriciteitsdraden rondom die de zuurstof verscherpen. De op de middenberm uitgelopen inkt van zwammen verenigt zich mooi met hooi en verdroogde wilde distels maar laten toe dat fluorescerend sterrenmos de overhand neemt, niet zonder te verzuchten dat hoog boven ons de eeuwige sneeuw alles neutraliseert. 

20 okt 2012

Heiligkreuz dag 1


Langs drukke snelwegen en trieste doorsnee baanrestaurants, donkere parkings met vrachtwagens en chauffeurs met scheermessen in openbare toiletten, een stuntelige en nauwelijks begrijpbare lifter die aan de benzinepomp vraagt om mee te rijden richting Italië... twaalf uur moest ik door de regen rijden om mezelf terug te vinden. Opstaan in het midden van de nacht had iets heimelijks, alsof ik plots in het geheim besliste om de stad en haar gevolgen te ontvluchten, merkbaar in mijn gedrag, gedachten en lichamelijke houding opnieuw nauw toelopend naar de bekende dode hoek, moest dit echter niet door zelfkennis reeds acht maanden geleden beraamt zijn. Ik vond de berghut op het internet, de laatste tweehonderd meter was niet meer te bereiken met de auto, een steenkachel en een beddenbak met dons in Heiligkreuz, op het einde van het Langtal, een zijdal van het Binntal, de Saflischbach stort naast het lorkenhouten huis uit 1700 over de rotshelling neer en voorziet het van drinkbaar bergwater. Het duurt twee uur alvorens de platen graniet opgewarmd zijn en ik kruip heftig rillend en onderkoeld het bed in. De eerste morgen met muesli en koffie brengt redding en met de berkenhouten wandelstok begin ik mijn beklimming, voel onmiddellijk dat mijn poriën zich openen, zweet plakt mijn trui op mijn rug, datzelfde zweet dat me het laatste jaar plots terug overvalt en me onzeker maakt als ik dans, gasten ontvang in mijn gastenkamer of een onverwacht gesprek aanknoop met iemand anders, net zoals toen ik vijftien was en enkel maar het idee aan mijn aanwezigheid tussen mensen in een beperkte ruimte of stilzitten me angstzweet bezorgde en naar adem deed snakken. Is dit het moment om te aanvaarden dat ik de natuur nodig heb om te leven, geen park, plantsoen of zielig Vlaams natuurgebied met zijn grenzen, maar machtige bergen, lorken die verkleuren van donkergroen naar het mooiste goud, amber hars dat druipt uit spechtgaten door hun verschrompelde huid, naar hamers op staal klinkende, honderden meters lange steengraten hoog boven in de lucht, grillig en scherp als pijnlijk roestige zaagsneden in metaal, trossen kleine, harde rode bessen tussen doornen die het zicht op de Breithorn omkransen? Ik word dronken van de zuurstof en klim hoger en hoger, voel dat mijn hersenen weer wakker worden geschud, ze verklaren wie ik ben als ik het wil horen. "Het goddelijke omringt mij", zegt de innerlijke stem die me nooit verlaat. Op zo'n moment vind ik het dan ook fijn om weer tegendraads te zijn en te bedenken dat het goddelijke misschien juist niet schuilt in de natuur  of het zielige beeld van een almachtige vaderfiguur maar net in het loslaten van de trage, miljarden jaren durende evolutie en natuur. Misschien zijn we als mens wel bedoeld om verder te denken, ouderwetse evolutie te verlaten en schuilt 'god' in een andere ruimte en tijd, intenser, vrijer, nog boeiender en uitdagender dan deze bergen vol mineralen of obligate onderwerping. Ik kan en mag weer vrij denken en onderzoeken, dus komt inspiratie. Ik gebruik het uitzicht tegenover mij: de stalen vakwerkpilonen van de kabelbaan die het kraftwerkgebouw beneden verbindt met het hogergelegen onzichtbare stuwmeer, de onuitputtelijk bron naast het huis die de halve boomstam vult, gekletter en stroom, zachte naalden op knap erts. Mijn vlucht? Misschien, en misschien ook weer niet. Het zou ook kunnen dat dit mijn thuis is.

11 okt 2012

Satie en Suisse


Ik heb een vermoeden dat Erik Satie's Sports et divertissements uit 1914 mijn rit over de Grimselpass gaat verrijken en aanvullen tot een aangenaam vermaak.
foto: www.myswitzerland.com


9 okt 2012

oktober

vis in onze tuin

Annelies Thys

Annelies Thys ontmoette ik tijdens m'n B-architecten periode toen ik haar loft en atelier verbouwde in Brussel, en beetje bij beetje leerde ik haar kennen, een vrouw die non-stop met haar kunst bezig is, conceptueel werkt. Elk jaar krijg ik een uitnodiging om te ontdekken in welke vreemde bochten ze zich vorig jaar heeft gewrongen. Dit jaar nam ze een standpunt in omtrent absurde gewoontes van de mens die echter totaal aanvaard zijn door de maatschappij, en drijft dit door, door een gans jaar te noteren hoeveel ze tijd in welke bezigheid steekt, houdt ze alle rekeningen, doktersvoorschriften, inkomticketten, biljetten bij, een overzicht van haar leven gedurende een jaar... maar dan allemaal opnieuw getekend, geschreven, gedrukt. Ze legt op reis over de ganse wereld de bewegingspatronen van mensen vast, de obers in het hotel, de manager, de hond, en maakt tabellen en grafieken. Alles met een kinderlijke éénvoud en duidelijkheid wat het contrast met de absurditeit van onze dagelijkse gewoontes alleen nog maar vergroot. Ik genoot van haar werk, werd er zowaar nerveus van, de heerlijk sterke tas koffie en pure chocolade deed de rest.

8 okt 2012

contraire zijn


ok... ik word ouder, het is niet de eerste keer dat ik dit hier neerschrijf, alsof iemand daar een boodschap aan heeft. Au contraire, hoe ouder ik word hoe meer ik besef dat ik problemen meedraag. Zoals nu plots, tijdens het schilderen, ik ben contraire, als ik beslis om vanavond yoga te doen, waar ik al enkele maanden naar uitkijk, vlieg ik in mijn doeken en drink rosé, als ik een etentje plan in Anderlecht zit ik erbij als een zak ongeïnteresseerde patatten en verlang naar mijn nest, ik word er gek van, net dat doen wat niet de bedoeling is. Ik kan het niet verklaren.

6 okt 2012

les saveurs

Vandaag, heel uitzonderlijk voor mij,  zag ik een mooie film die me ontroerde, ik zat met mijn man alleen in een UGC zaal, buiten regen, zaterdagmiddag,  een ode aan de truffel, de perfectie, eigenzinnigheid en zuivere intenties.

2 okt 2012

Zwitserland

Zwitserland is een land in Europa, een sprookjesland van Grimm, het roept geregeld, het is bijna zo ver, we vertrekken dra, op weg naar de bergen, hoger en hoger, verder en verder van chaos, om te stranden in een andere chaos, aanvaardbare chaos die al veertien miljard jaar probeert zich te stabiliseren in lagen steen, zuurstof en gras, smeltende sneeuw en houten nerven. De ramen open, mijn bak in, de benen zuur van het klimmen, stift op papier onder het licht van een kaars. Weldra, in het zijdal van het dal der mineralen, neerstortend water, razernij onder een volle maan. Ik verzacht, keer terug naar de basis, verlaat de stad en haar idioterie, wentel me in fatale horizonten en bereikbare hoogten, vereng mijn buikinhoud en smeer mijn ziel uit over verdreven gras. Ik sterf en dan ook weer niet, blijf in leven en dan ook weer niet, gebruik alles in mijn macht om te bereiken wat niet te bereiken valt, als een sluimerende plicht meegegeven van bij mijn geboorte, willen of niet, verdergaan is een noodzaak in deze eeuwigheid.

onderrug

stift op papier

Dansen is geen dansen soms, soms is het bewegen. Of nog meer imploderend, doordringen tot zenuwbanen onder de huid, met de geest in mijn lijf wroeten om te ontdekken dat die waterzak geen vanzelfsprekendheid is, een intense machine bestaande uit dunne draden, vocht, weefsel, beenderen en intensies gestuurd vanuit het brein, een weke, vochtige massa blubber verbonden via de wervelkolom tot de uiteinden van het menselijk staketsel. Een pijnscheut scheurt door mijn onderrug op het moment dat mijn vastgeroest bekken aanstalten maakt zich los te wrikken, een zenuw raakt als de snaar van een harp. Eén beweging en niets is meer zeker, ik lig plat op mijn rug en ben op mijn hoede, de wereld stopt, nog zo veel te doen, ik kijk links en stem op schilderen, kijk rechts en denk aan de vloer beneden, ik maak m'n geest leeg, probeer althans, de kat zevert op mijn borst, morgen is er nog een dag.

1 okt 2012

sprookjes

De oude sprookjes die ik las als kind 40 jaar geleden waren ongekuist, de zeemeermin was een lijdende vrouw die haar geliefde in het hart moest steken, zijn bloed over haar benen zou haar terug een staart geven, ze werpt zich uiteindelijk in de golven en lost op in schuim, vrouw holle smeet met extra kleverige pek over de lelijke en arrogante zus, de trol werd met de oren aan de deurstijl genageld waarop deze vlucht en zijn oren van het hoofd scheurt, blauwbaard was extra donker en grimmig, de torenkamer vochtig en kleverig van het bloed, het bos was geen pretje, klein duimpje zelfingenomen en onuitstaanbaar, de herinnering aan het boek kwam plots weer boven en ik maakte er vorige week een reeks schilderijen rond, niet letterlijk maar naar gevoel. En vermits sprookjes ook worden gebruikt als therapie zal er ook wel een stukje van mezelf in naar boven komen. Ik toon alvast vijf van de tien schilderijen.

27 sep 2012

infinity is now!

Dit is nieuws in de krant dat me nog kan bekoren, en als dit niet alles relativeert? 
De Hubble telescoop nam deze foto van melkwegstelsels waarvan het licht miljarden jaren geleden werd uitgezonden, vlak na de oerknal. Met andere woorden de verste blik ooit in het verleden van ons universum. Dat maakt me blij... het gevoel dat ik nu al in de eeuwigheid leef.

't is niks, 't is Otto Dix

     Otto Dix - two children - 1921                                               Gustave De Smet - de loge - 1928
Een week het kot voor mij alleen, stel je voor, dat is feesten en profiteren... en toch door alleen te zijn, komt die innerlijke stem weer naar boven, constant fluisterend: "ach, sluit je op, er valt niks te beleven daarbuiten...", en steeds trap ik opnieuw in de val. Ik had vandaag in mijn agenda 'Brussel' geschreven, zonder enig doel voor ogen, en bleef vanmorgen thuis. Tot ik besefte dat ik niet mag luisteren, deed mijn jas aan en vertrok naar het station, kocht een ticket en zette me op de trein, stak de oortjes van mijn mp3-speler in, zoefde door het landschap met een nieuwe mixtape en was prompt gelukkig, alweer... een trein kan me gelukkig maken. Ik bedacht me dat het zou kunnen dat de snelheid van beelden mij aanstaat, lelijke dus snel terug uit het zicht, en mooie die in een flits op mijn netvlies worden gebrand en opgeslagen in de bibliotheek van mijn brein. In het museum van schone kunsten hadden de conservatoren een selectie gemaakt uit de expressionisten, ik liet jas en tas achter in de lockers en begon aan mijn ontdekkingstocht, genoot reeds van de inleidende tekst, die me verklaarde waarom ik schilder zoals ik schilder, wars van enige academische regels maar zielsverwant, diep graven, de expressie belangrijker dan de kunde. Ik besefte dat ik nog meer moet experimenteren met verf, collage, potlood, papier en andere media om te tonen hoe ik mij voel, of beter, wat ik voel, een antenne voor de wereld. Ik ben oud genoeg geworden om Permeke te smaken, de vette klodden olieverf (ik krijg heimwee naar olieverf), glanzend, bruin, oker en wit, met borstel en plamuurmes. De uitgewassen kleuren van Matisse, die in enkele juiste streken bomen, straten, huizen en mensen meer dan levend maakt, zenuwachtig vibrerend. Otto Dix beeldt twee kinderen uit, lelijk als de nacht maar met het detail van een Van Eyck én herkenbaar, geen verrassing dat de nationaal-socialisten dit niet smaakten en uiteindelijk verboden ter wille van een ideaal toekomstbeeld vol mooie mensen en rechtlijnige gedachten. Op weg naar de tweede verdieping moest ik de Breughels passeren, ook fruitschalen, madonnas en luitspelende jongelingen, en belandde in de ronde ruimte. Ik stond als aan de grond genageld voor een Antoine Mortier, snelle, gigantische borstelstreken, éénvoudig, bezwerend en aangrijpend, een afgodsbeeld dat lacht met de wereld zoals we ze zien en beperken. Ernaast  hing 'de verwoeste burcht' van Jean Dubuffet, de mooiste verwoeste burcht die ik ooit heb gezien, natuurlijk, herkenbaar en persoonlijk, recht naar het hart en de oneindigheid omarmend en herkennend. Ik vier het met een César salade en een glas rosé, in een volks café, word vriendelijk bediend en geniet van het gemengde publiek en de echt Belgische sfeer, in het nederlands en dan weer in het frans, oui, j' aime heel veel van la vie op zo'n moments!
Antoine Mortier - gekleurde transpositie - 1908
Jean Dubuffet - de verwoeste burcht - 1952